Japanse onderdanen

Japanse ondernemers

Op grond van bilaterale handelsverdragen tussen Nederland en Japan gelden er voor Japanse onderdanen soepelere toelatingsvoorwaarden. De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning als ondernemer komen overeen met de toelatingsvoorwaarden voor Amerikaanse ondernemers.

Voor immigratie doeleinden maakt het bilaterale handelsverdrag tussen Nederland en Japan het voor Japanse onderdanen vrij gemakkelijk om een verblijfsvergunning te verkrijgen als ondernemer. Als gevolg van het bilaterale handelsverdrag , is het beduidend makkelijker voor Japanse onderdanen om een verblijfsvergunning als ondernemer te krijgen. Ondernemers uit andere landen dan Japan moeten door middel van een puntensysteem laten zien dat hun aanwezigheid een wezenlijk Nederlands economisch belang dient. In de praktijk blijkt dit voor vele ondernemers erg moeilijke opgave te zijn en brengt de aanvraag een veelheid documentatie (en dus extra kosten) voor deze aanvragers met zich mee. Bovendien nemen over het algemeen deze aanvraagprocedures veel tijd in beslag. In tegenstelling tot de ondernemers uit andere landen zijn er voor Japanse ondernemers slechts een enkele voorwaarden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  1. Inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  2. Investering van aanzienlijk kapitaal ten bedrage van € 4.500 in de eigen onderneming.
  3. Openingsbalans en als deze niet aanwezig is, een verklaring of prognose, opgesteld door een erkend accountant of een erkend financieel adviseur.

Ondanks het betrekkelijk gering aantal toelatingsvoorwaarden is het voor vele Japanse ondernemers op grond van de het handelsverdrag tussen Nederland en Japan in de praktijk moeilijk gebleken om binnen een korte tijd aan alle randvoorwaarden voor een inwilliging te voldoen (zoals ondermeer inschrijving in de Basisregistratie Personen/BRP, inschrijving in de Kamer van Koophandel). Voor een snelle en efficiënte afhandeling van de aanvraag is professionele begeleiding geen overbodige luxe.

Japanse werknemers

Bij brief van 19 februari 2015 heeft het UWV bevestigd dat ten aanzien van werknemers met de Japanse nationaliteit geen tewerkstellingsvergunning (TWV) of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) mag worden verlangd.

Deze brief is uitgebracht naar aanleiding van een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (=ABRvS) van 24 december 2014. In deze uitspraak oordeelde de ABRvS uit het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan uit 1913 en het Tractaat van vriendschap, vestiging en handel tussen Nederland en Zwitserland uit 1875 volgt dat ten aanzien van Japanse onderdanen niet verlangd mag worden dat de zogeheten arbeidsmarkttoets mag worden toegepast. Voor de praktijk betekent dit dat daarom het UWV heeft besloten dat een Japanse werknemer niet in het bezit hoeft te zijn van een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA).

Echter de Nederlandse en Zwitserse regering hebben nu een interpretatieve verklaring bij het Tractaat opgesteld, waarin zij verduidelijken dat het verblijf, de vestiging en de toegang tot de arbeidsmarkt van beide landen op basis van het Tractaat onderworpen is aan nationale wetgeving. De verklaring is op maandag 20 juni 2016 gepubliceerd in het Tractatenblad.

De publicatie van de interpretatieve verklaring heeft tot gevolg dat voor Japanse werknemers die in Nederland willen komen werken weer een tewerkstellingsvergunning is vereist. Ofwel de werkgever moet eerst goedkeuring krijgen van het UWV voordat een Japanse werknemer mag worden aangetrokken, of de desbetreffende werknemer moet als kennismigrant aangemerkt kunnen worden. De Staatssecretaris heeft ingestemd met een overgangstermijn tot 1 oktober 2016. Dit betekent dat bij aanvragen om een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) die op of na 1 januari 2017 worden ingediend, weer zal worden getoetst aan de voorwaarden van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), zoals de voorwaarde dat er voor de betreffende arbeidsplaats geen aanbod van binnen de EU aanwezig is.

Japanse werknemers die als gevolg van de bovengenoemde uitspraak van de Raad van State al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan, twv niet vereist’, behouden deze vergunning zolang deze geldig is. Er is dus geen aanleiding om tot intrekking van de verblijfsvergunning over te gaan. Wel zal bij een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, ingediend op of na 1 januari 2017, zal er worden getoetst aan de voorwaarden van de Wav.

Vragen omtrent de verblijfsvergunning voor Japanse onderdanen bel (020 616 14 87) of e-mail (info@altadvocaten.nl) ons voor meer informatie.Wij helpen u graag bij de indiening van uw aanvraag.