Teeven versoepelt het nareisbeleid

Brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer over een wijziging in het nareisbeleid:

“De beoordeling van de feitelijke gezinsband die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voorstaat in een uitspraak1 van 2 juli 2014, in combinatie met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens2, vormt voor mij aanleiding om bij meerderjarigen die nog minderjarig waren op het moment van vertrek van de hoofdpersoon uit het land van herkomst (of land van eerder verblijf), sneller een feitelijke gezinsband aan te nemen. Voor deze specifieke groep geldt dat voortaan in beginsel wordt aangenomen dat er sprake is van een feitelijke gezinsband indien de hoofdpersoon aantoont dat het inmiddels meerderjarig geworden kind steeds feitelijk tot zijn gezin heeft behoord, tenzij er sprake is van contra-indicaties. Deze contra-indicaties kunnen onder meer zijn dat het meerderjarig kind een eigen gezin heeft gesticht, zelfstandig woont of voorziet in zijn eigen levensonderhoud. Als een dergelijke contra-indicatie aanwezig is, zal de IND individueel beoordelen of de feitelijke gezinsband als verbroken moet worden beschouwd.”

RELATED POSTS